In 1718 stond Antwerpen in rep en roer: bij een brand in de voormalige Jezuïtenkerk, de huidige Sint-Carolus Borromeuskerk, gingen alle negenendertig plafonddoeken, die Pieter Paul Rubens nog geen eeuw eerder maakte, reddeloos verloren. De monumentale (4,2 x 3m) schilderijen bevonden zich op de plafonds van de zijbeuken op het gelijkvloers en de eerste verdieping en toonden diverse thema’s en heiligen uit het Oude en Nieuwe Testament. Ze werden door Rubens en zijn atelier onder leiding van de jonge Antoon Van Dyck in 1620 binnen één jaar gecreëerd, speciaal voor deze barokparel. De tentoonstelling Rubens Re-Viewed roept deze schilderijen weer tot leven door middel van een installatie met hedendaagse vertalingen van kunstenaar Rudy De Graef.

De Graef maakte 18 etsen die teruggrijpen naar de barokke plafondschilderingen van de galerij. Deze worden op de eerste verdieping van de kerk getoond, die daarvoor speciaal wordt opengesteld voor het publiek.

Op het gelijkvloers van de kerk loopt ondertussen het belangrijkste deel van de expo: een installatie met 18 zuiltjes verspreid over de kerk waarbij je in één oogopslag een kleinere versie van het werk van De Graef kunt zien én via een spiegeltje een projectie van het werk dat Rubens creëerde voor het gelijkvloers van de kerk.

In de bijzondere context van de Carolus Borromeuskerk word je als bezoeker meegezogen in de oude bijbelverhalen die telkens weer vertellen over verlossing, geloof, macht en liefde. De barokke dramatische versies van Rubens en de uitgelijnde grafische versies van De Graef gaan in dialoog waardoor de eeuwenoude verhalen een actuele invulling krijgen.

Met deze installatie wil De Graef een aanzet geven tot een verbeterde ontsluiting van de (al dan niet verdwenen) kunstschatten van de kerk. Daarnaast wil hij de discussie openen of het effectief aanbrengen van grote replica’s of nog beter interpretaties door hedendaagse kunstenaars op de plafonds, het interieur niet meer dynamiek kan geven en tot leven brengen, zoals het ook oorspronkelijk de bedoeling moet geweest zijn.

Meer over de hedendaagse etsen

De hedendaagse etsen zijn voornamelijk geïnspireerd op de modello’s of olieverfschetsen van Rubens. Ze verwijzen ook naar zijn grisailles voor deze cyclus van negenendertig plafondschilderijen. Die grisailles zijn vrije toonstudies in licht en donker die de meester wellicht maakte als voorbereiding op de reeks. De Graef koos voor etsen omdat dit sterk aansluit bij een relatief onbekende kant van Rubens, de schilder als kopiist van zijn eigen werk. Rubens huurde prentenmakers in die zijn werk in gedrukte prenten omzetten. Door dat grafisch werk op grote schaal te multipliceren en te verspreiden kon de schilder zijn reputatie en invloed sterk uitbreiden.

De Graef trachte met zijn etsen dit procédé te hernemen en zo eer te betuigen aan de grootste Antwerpse barokkunstenaar. Hij maakte achttien lijntekeningen, vrij naar de werken van Rubens, die hij in een zinken plaat etste. Daarnaast bewerkte hij de reproducties van de modelli digitaal en zette ze om in een abstracte geometrische compositie. Met de aquatint-techniek brengt hij dat tweede beeld bovenop de lijnets aan. De etsplaat die zo ontstond, drukte de kunstenaar op een oude diepdrukpers in zijn atelier.

De Graef heeft steeds een bijzondere voorliefde voor tekenen en elementen als reproductiviteit, positief-negatief, toeval en experiment. Met gebruik van het tijdelijke metalen medium zink en het specifieke drukpapier als uiteindelijke drager realiseerde hij een nieuwe cyclus met de oude etstechniek die ook Rubens al kende.